Bij Podotherapie Bakel-Venray adviseren wij om de steunzolen ongeveer één keer per jaar te laten controleren. Steunzolen zijn namelijk aan slijtage onderhevig. De werking wordt dan minder, waardoor oude of nieuwe klachten kunnen ontstaan. We merken dat het slijten van de steunzolen bij de één sneller gaat dan bij de ander. Dit kan verschillende oorzaken hebben;
- Transpirerende voeten
- Overgewicht
- Hoge belastingintensiteit
- Nat worden van steunzolen
Steunzolen gaan gemiddeld 2 à 3 jaar mee. Waarom adviseren wij dan om ze ieder jaar te controleren? Wanneer er beginnende slijtage van de steunzolen optreedt kan de podotherapeut de steunzolen vaak (nog) aanpassen/repareren. Het gedeelte van de steunzool dat aan het slijten is kan dan vervangen worden. Hierdoor gaat een zooltje weer net wat langer mee. Wanneer het zooltje al te veel aan het slijten is zal de podotherapeut u nieuwe steunzolen adviseren. Soms kan het ook zijn dat alleen het afdek versleten is. Deze is vrij gemakkelijk te vervangen voor een nieuw afdek. Hierdoor zien uw steunzolen er weer fris uit.
Enkele tips om versnelde slijtage van uw steunzolen te voorkomen.
- Heeft u een lederen afdek op de steunzool? Vet deze dan één keer per maand in met een kleurloze leervet. Laat ze na het invetten even goed drogen.
- Zijn uw steunzolen nat geworden? Haal ze uit de schoenen, zodat ze goed kunnen drogen. Leg ze NIET bij de verwarming, hierdoor kunnen de steunzolen krom trekken.
- Haal de steunzolen iedere avond uit de schoenen, zodat ze goed kunnen luchten. Onze voeten produceren namelijk zo’n kwart liter zweet per dag! Niet zo gek dus dat onze voeten aan het einde van de dag vochtig zijn.
- Het is normaal dat het afdek van de steunzolen na enige tijd verkleurd. Mocht u dit vervelend vinden dan kunt u een voetensokje/kousje om de steunzool trekken. Deze zijn afneembaar en uit te wassen.
Deze zogenaamde ‘heel lock’ is ideaal als je de hiel wilt fixeren in de schoen en tegelijkertijd de schoen niet te strak wilt veteren. Hij zorgt ervoor dat de hiel goed in het contrefort gestabiliseerd wordt. Veter de schoenen gekruist, of eventueel in combinatie met een andere vetertechniek, in tot aan het voorlaatste vetergat. Ga dan rechtover naar het laatste vetergat, dus niet diagonaal. Hierdoor ontstaat er een lusje. Steek de veter door het lusje aan de overzijde. Strik de schoenen zoals je gewend bent.
Deze manier van veteren vermindert de druk op de wreef en kan gebruikt worden als de schoen te strak aanvoelt op de wreef.
Met deze vetermethode haal je de druk van het grote teen gewricht af, bijvoorbeeld te gebruiken bij een hallux valgus, druk op de grote teen of een blauwe teennagel.
Om meer ruimte te krijgen bij de voorvoet kan je de veters hoger inveteren. Dit geeft enerzijds meer ruimte en anderzijds meer flexibiliteit van de schoen op het buigpunt.
Dit is de vetering zoals hij standaard ‘uit de doos’ komt.